Nieuws
Zelfafnametest geeft redelijk tot goede overeenkomst met uitstrijkje
Spaans onderzoek toont aan dat zelfafnametests een redelijke tot goede overkomst hebben met het uitstrijkje in de detectie van HPV. De zelfafnametests lijken minder geschikt voor cytologische analyse waar een gemiddeld tot matige overeenkomst met het uitstrijkje werd gevonden.
De diagnose baarmoederhalskanker wordt het vaakst gesteld bij vrouwen die zich zelden of nooit laten screenen in het bevolkingsonderzoek. Om de incidentie van baarmoederhalskanker te verlagen, is het cruciaal deze groep vrouwen te kunnen includeren in het bevolkingsonderzoek. Zelfafnametests zouden hierin een rol kunnen spelen, want onderzoek heeft laten zien dat zelfafnametests de opkomst voor een bevolkingsonderzoek kunnen verhogen. Echter is het dan wel belangrijk te weten in hoeverre de uitslagen van deze zelfafnametests betrouwbaar zijn en overeenkomen met de gouden standaard, het uitstrijkje bij een arts.
Een Spaanse studie heeft deze betrouwbaarheid en de acceptatie van de zelfafnametests onderzocht en de resultaten gepubliceerd in Nature Scientific Reports. Alle vrouwen in dit onderzoek werd gevraagd eerst een zelfafnametest te doen en na 1 uur werd bij alle vrouwen ook een regulier uitstrijkje door een arts gedaan. De resultaten van de zelfafnametest en het uitstrijkje door de arts werden direct met elkaar vergeleken. De onderzoeker gebruikten meerdere soorten zelfafnametests, namelijk tests die geschikt zijn voor droogtransport en tests die je in medium vervoert. Voor zowel de zelfafnametests en het reguliere uitstrijkje werd de HPV-status en cytologie onderzocht. De gebruiksvriendelijkheid en ervaren voor- en nadelen bij de vrouwen werden onderzocht door middel van een aantal vragen.
110 van de 120 (91,7%) vrouwen zien voordelen van een zelfafnametest
De vragen over de zelfafnametests werden aan alle 120 deelnemende vrouwen gesteld. 110 van de 120 vrouwen (91,7%) gaven aan voordelen te zien in de zelfafnametest met als belangrijkste redenen: planning en niet afhankelijk zijn van de planning van de arts (60%), gemak en het zelf kunnen kiezen van de tijd en plaats van afname (60%), intimiteit (38,2%), bang voor pijn of ongemak bij uitstrijkje door de arts (21,8%). 102 van de 120 vrouwen (85,0%) gaf aan de zelfafnametest nogmaals te willen gebruiken voor een bevolkingsonderzoek. De belangrijkste reden om de zelfafnametest niet te willen gebruiken was dat vrouwen meer vertrouwen hadden in de test wanneer deze was afgenomen door een professional. Over het algemeen werd de zelfafnametest dus als prettig ervaren en zou een overgrote meerderheid van de vrouwen de test nogmaals willen gebruiken wanneer nodig.
Voor implementatie van de zelfafnametest is het belangrijk om te weten hoe betrouwbaar de test is t.o.v. het uitstrijkje door de arts. De sensitiviteit voor HPV detectie voor de twee typen zelfafnametests verzameld in een medium was voor beide 95,7% en een gemiddelde specificiteit van 90,3%. De κ coëfficiënt (overeenkomst tussen beoordelingen) was gemiddeld 0,85 voor de zelfafnametests verzameld in medium en werd bestempeld als goed. Voor de twee type droog getransporteerde zelfafnametests werd een lagere sensitiviteit (85,9%) en specificiteit (85,9%) gevonden. Dat resulteerde in een κ coëfficiënt van gemiddeld 0,71, wat de onderzoekers bestempelden als redelijk. Met zelfafnametests is het dus mogelijk om met een redelijke tot goede overeenkomst HPV vast te stellen en de zelfafnametests met medium hebben hierin een betere overeenkomst met het uitstrijkje dan de droog getransporteerde tests.
Naast de HPV-detectie is er ook gekeken of de zelfafnametests geschikt zijn voor cytologische analyse. Bij deze analyse wordt er gekeken of er afwijkende cellen aanwezig zijn in het baarmoederslijmvlies. Voor een correcte analyse moeten er voldoende cellen in het monster aanwezig zijn, echter was dit in 75,9% van de zelfafnametests niet het geval; dat is aanmerkelijk minder dan de 30,2% bij het reguliere uitstrijkje (p<0,0001). De cytologische analyse is alleen mogelijk voor de zelfafnametests getransporteerd in medium. Voor de zelfafnametests werd een κ coëfficiënt van 0,43 en 0,30 gevonden voor het onderscheiden tussen verschillende soorten afwijkende cellen, wat bestempeld werd als een gemiddelde en matige overeenkomst. Deze κ coëfficiënten waren 0,51 en 0,41 wanneer alleen werd meegenomen of er sprake is van een positieve of negatieve uitslag voor afwijkende cellen.
Concluderend, liet deze studie zien dat het grootste deel van de vrouwen voordelen zien van een zelfafnametest en de screening vaker met een zelfafnametest zouden doen. Zelfafnametests laten een redelijke tot goede overeenkomst zien met het reguliere uitstrijkje als het gaat om HPV-detectie, echter deze overeenkomst was gemiddeld tot matig voor de cytologische analyse. Voor het bepalen van de HPV-status zijn de zelfafnametests dus geschikt en deze worden inmiddels in Nederland al standaard aangeboden voor het bevolkingsonderzoek. Voor de cytologische analyse kan de zelfafnametest als voordeel hebben dat meer vrouwen worden gescreend, ondanks dat de uitslag een mindere overeenkomst met het uitstrijkje bij de arts laat zien.