Nieuws
Studie laat zien dat het nonavalente HPV-vaccin effectiever is dan de bivalente vaccin
Een recent studie van Birgit Sollie et al. onderzocht het verschil in effectiviteit op zowel gezondheids- als economisch vlak tussen het nonavelente en bivalente vaccin. In Nederland is al lang discussie of er nonavalent gevaccineerd zou moeten worden. De studie van Sollie et al. geeft inzicht in de effectiviteit hiervan.
Birgit Sollie (Amsterdam UMC en GGD) et al hebben een manuscript op preprint server (medRxiv) geplaatst waarin zij zowel gezondheids - als economische effecten van het bivalent HPV-vaccin (‘2v’) vergelijken met die van het nonavalente HPV-vaccin (‘9v’). De preprint server betekent dat het manuscript nog niet peer-reviewed is. De auteurs modelleerden de kosteneffectiviteit van het 9v vaccin en het 2v vaccin. De auteurs keken breed naar gezondheidseffecten (levensjaren en QALYs (quality-adjusted life years)). Om deze reden namen ze effecten van preventie op genitale wratten en het zeldzame respiratoire papillose (RPP) mee. Beide kunnen namelijk wel worden voorkomen met het nonavalente, maar niet met het bivalente vaccin. Wat waren de uitkomsten?
Eerst maakten de auteurs een model om te simuleren hoe kosteneffectief een vaccin kan zijn en hoeveel gezondheidswinst HPV vaccins opleveren. De auteurs simuleerden een virtuele populatie van 100.000 jongens en 100.000 meisjes. Ze vergeleken drie situaties: een zonder vaccin, een met het 2v vaccin en een met het 9v vaccin. Ze moesten aannames doen over deelname, effectiviteit van het vaccin, kruisbescherming, afvlakken van het vaccin effect (‘ waning’) en kosten. Het basismodel ging uit van sekseneutrale vaccinatie, 50% deelname, lange bescherming (geen ‘waning’), kuddebescherming en kruisbescherming (het 2v vaccin beschermt niet alleen tegen 16 en 18 maar heeft kruisbescherming tegen 31, 33 en 45).
Het model gaf een goed zicht op effecten in een niet-gevaccineerd, virtueel cohort van 200.000 10-jarigen: die groep ontwikkelt 695 cervix kankers, 575 niet-cervix kankers, 40.000 anogenitale wrat episodes en 34 RPP’s. Met het 2v vaccin voorkom je 520 cervix kankers en 450 andere kankers. Met 9v is de preventie 565 en 475 niet-cervix kankers (omdat de niet-cervix kankers vooral door HPV16 veroorzaakt worden, verwacht je daar minder verschil). In de 9v gevaccineerde populatie zijn er bovendien 34.000 gevallen van genitale wratten minder en 28 gevallen RPP minder. Dat zijn nogal forse gezondheidseffecten. De auteurs berekende dit alles op 8,3 miljoen (t.o.v. de 25,6) extra besparing. Maar hoeveel QALYs zijn dat en hoe is dan de verhouding tussen kosten en effecten? Het 9v is immers duurder dan 2v.
Hoe vergelijk je de gezondheidseffecten van twee vaccins? Daarvoor gebruikten de auteurs de ICER maat (incremental cost effectiveness). Hiermee kun je twee verschillende ‘policies’ vergelijken. Het ICER druk je uit in Euros per gewonnen levensjaar. Het 9v heeft een 2048 euro ICER tov 2v per life year gained. Dus voor 2048 euro extra kosten, een levensjaar erbij. Is dat veel? De grens voor ‘te veel’ in Nederland ligt bij de 20.000 euro. Voor het maken van de berekeningen werden veel aannames gedaan, welke invloed dit had is ook onderzocht in de studie.
Met verschillende aannames (‘sensitiviteitsanalyse’) kwam 9v steeds als kosteneffectiever uit de bus dan 2v. Daarnaast werd bij 9v ook gezien dat de bescherming minder snel afnam. Opvallend was dat de ICER van 9v laag bleef zonder bescherming tegen HPV 6,11 (“ignoring lr-HPV”). Dat is verrassend en werd opgemerkt door de auteurs. Zij schrijven dat het 9v kosteneffectiever dan 2v met de huidige Nederlandse criteria. Zijn we er dan? De auteurs concluderen: “ sekse neutrale vaccinatie met 9v is waarschijnlijk kosteneffectiever dan het huidige 2v, in NL”. De auteurs willen nog wel preciezere gegevens hebben over de kruisprotectie per hrHPV type van de huidige vaccins over langere periodes.