Nieuws
Positieve vroege effecten van HPV-vaccinatie op baarmoederhalskanker bij jonge vrouwen
Sinds 2010 wordt er in Nederland tegen HPV gevaccineerd bij meisjes. Onder de jonge vrouwen die de kans hebben gekregen om tegen HPV te vaccineren is een deel via een uitstrijkje gecontroleerd op HPV-status en afwijkende cellen. Een recent gepubliceerde studie vergeleek de resultaten van gevaccineerde en ongevaccineerde vrouwen.
Recentelijk werd een studie gepubliceerd over de vroege effecten van de HPV-vaccinatie in Nederland. Een groep (n = 42.171) jonge vrouwen geboren tussen 1993-2002 die de kans heeft gekregen voor HPV-vaccinatie kreeg voor hun 25e levensjaar een uitstrijkje om te controleren op afwijkende cellen en in sommige gevallen ook op hoog-risico HPV-typen (hrHPV). Binnen deze groep waren zowel gevaccineerde en ongevaccineerde vrouwen in ongeveer gelijke proporties aanwezig. Deze groep maakt het mogelijk de vroege effecten van de HPV-vaccinatie te bepalen. Bij het uitstrijkje is gecontroleerd op LSIL (Low-grade Squamous Intraepithelial Lesion) en HSIL (High-grade Squamous Intraepithelial Lesion), beide precancereuze aandoeningen die de kans op baarmoederhalskanker kunnen vergroten.
Binnen de groep jonge vrouwen was 47-62% van de vrouwen gevaccineerd, wat overeenkomt met de vaccinatiegraad in het algemeen in Nederland. Het grootste deel van de vrouwen, zowel gevaccineerd als ongevaccineerd, onderging voor hun 25e levensjaar een uitstrijkje in verband met gynaecologische klachten. Hierbij werden geen verschillen gezien in oorzaken van de klachten tussen gevaccineerde en ongevaccineerde vrouwen. Echter werd wel vaker een co-test voor hrHPV uitgevoerd in de ongevaccineerde groep. De hrHPV-status was vaker positief in de groep ongevaccineerde vrouwen tot en met 23 jaar oud met een OR (odds ratio) van 0,70 [0,63-0,79] en laat een vaccinatie-effectiviteit van 30,1% zien.
Daarnaast is de uitkomst van de cytologie vergeleken tussen de groepen en voor zowel LSIL als HSIL werd een positief effect van de vaccinaties gezien. LSIL werd minder teruggezien in de groep met vaccinatie met een OR van 0,70 [0,61-0,80] en een vaccinatie-effectiviteit van 30,1%. Ook HSIL kwam minder voor in de gevaccineerde groep vrouwen met een OR van 0,39 [0,30-0,51] en een vaccinatie-effectiviteit van 60,8%. Voor zowel hrHPV, LSIL en HSIL werden significante reducties gevonden in de HPV-gevaccineerde groep. Daarnaast werden de diagnosen LSIL en HSIL in de gevaccineerde groep vrouwen pas op latere leeftijd gediagnosticeerd vergelijken met de ongevaccineerde groep.
Er is ook onderzocht wat de invloed van HPV-vaccinatie is op de preventie van ernstigere diagnoses. CIN1/CIN2/CIN-NOS (not specified) lijken gereduceerd in de gevaccineerde groep, maar hier werd geen significant verschil geconstateerd. CIN3/AIS/carcinoom kwamen wel significant minder voor in de gevaccineerde groep met een OR van 0,28 [0,19-0,41]. De vaccinaties laten dus ook vroege effecten zien op het voorkomen van voorloperstadia van baarmoederhalskanker.
De HPV-vaccinatie laat dus al vroege effecten zien op het voorkomen van hrHPV, LSIL en HSIL. De resultaten gevonden in deze studie zijn vergelijkbaar met eerder gevonden effecten. Een limitatie van de studie is echter dat de vrouwen in de onderzochte groep allemaal voor hun 25e, vaak door gynaecologische klachten, een uitstrijkje kregen. Deze groep vormt slechts 2% van de totale populatie jonge vrouwen en met gynaecologische problemen. Daarom is deze groep jonge vrouwen wellicht niet volledig representatief. Het verschil in vaccinatie-effectiviteit zal echter gering zijn, omdat de reden voor het uitstrijkje niet significant verschilde tussen de gevaccineerde en ongevaccineerde groep.
De HPV-vaccinatie laat dus nu al een effect zien op hrHPV-infecties, LSIL, HSIL en ook ernstigere vormen (CIN3/AIS/carcinoom) bij vrouwen tot 24 jaar. Echter, met een vaccinatiegraad van 46-63% worden de doelen van het WHO (90%) nog lang niet behaald. Het is de hoop dat de inhaalcampagne voor iedereen tussen 18 en 27 jaar en het invoeren van genderneutrale vaccinatie aan een verhoging van de vaccinatiegraad kan bijdragen. Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen wat de effecten van de HPV-vaccinatie op lange termijn zijn.