Nieuws
Jonge kankeroverlevers krijgen vaker dan gemiddeld een daaropvolgende HPV-kanker
Onderzoekers van de Universiteit van Utah ontdekten dat jonge mensen een verhoogd risico hebben op het krijgen van HPV-gerelateerde kanker nadat ze eerder kanker overwonnen hebben, vooral wanneer dit ging om een HPV-gerelateerde kanker.
Eerder onderzoek liet al zien dat jongeren en jongvolwassenen die kanker hebben overleefd een 150% grotere kans op een daaropvolgende HPV-gerelateerde tumor hebben vergeleken met de algemene bevolking. Daarnaast ontwikkelen deze HPV-kankers zich vaak op jongere leeftijd in vergelijking met de algemene bevolking. Voor HPV-gerelateerde baarmoederhalskanker is dit bijvoorbeeld gemiddeld 7 jaar eerder.
De mogelijke oorzaken dat deze jonge kankeroverlevers vaker HPV-gerelateerde tumoren ontwikkelen zijn: de kanker van destijds, late effecten van de behandeling, of door kanker-veroorzakende stoffen zoals virussen (HPV). Opvallend is dat (ex)-patiënten die eerder kanker hebben overleefd minder vaak gevaccineerd zijn tegen HPV, ondanks het toegenomen risico. De recentelijk gepubliceerde Amerikaanse studie onderzocht welke van bovenstaande patiëntkarakteristieken specifiek zorgen voor het verhoogde risico op een latere HPV-gerelateerde tumor en hoe groot dit risico is.
Het risico op een HPV-gerelateerde kankerdiagnose bij kankeroverlevers is berekend aan de hand van de uitgebreide Surveillance Epidemiology and End Result (SEER) dataset. Het cohort bestond uit (ex-) patiënten tussen de 15 en 44 jaar oud die zijn gevolgd in de periode tussen 1976 en 2015. In de groep jonge kankeroverlevers was de meerderheid (60,7%) vrouw en tussen de 35 en 44 jaar oud (61,2%). De meest voorkomende primaire kankers waren: borstkanker (20,3%), huidmelanomen (10,2%), schildklierkanker (9,2%), testikelkanker (5,7%), en non-Hodgkin lymfoom (5,6%). De gemiddelde leeftijd voor het ontstaan van de daaropvolgende HPV-gerelateerde kanker was 55 jaar.
Het risico op een HPV-gerelateerde tumor bij kankeroverlevers dat uit de SEER-dataset werd berekend was bij mannen verhoogd met 144% (95% BI (betrouwbaarheidsinterval): 124-166%) en bij vrouwen met 44% (95% BI: 35-54%) in vergelijking met de algemene bevolking. Dit komt bij mannen sterk overeen met de 150% toegenomen risico eerder gevonden in onderzoek. Bij de berekening van dit risico is niet gecompenseerd voor de HPV-vaccinatiegraad, maar omdat tussen 1976 en 2015 is geanalyseerd en het vaccin pas in 2006 in Amerika werd geïntroduceerd is deze invloed waarschijnlijk klein. Echter is er één uitzondering op dit toegenomen risico: bij de jonge kankeroverlevers werd namelijk 15% minder HPV-gerelateerde baarmoederhalskanker gezien dan in de algemene bevolking.
Het risico op een latere HPV-gerelateerde tumor is niet gelijk voor iedere primaire kankersoort. Bij een aantal primaire tumoren was de kans op een daaropvolgende HPV-gerelateerde tumor het grootst: Kaposisarcoom (SIR (Standardized Incidence Ratio): 16,19 [95% BI: 12,39-20,80]), orofaryngeale kanker (SIR: 11,73 [95% BI: 10,26-13,35]) en anale kanker (SIR: 13,34 [95% BI: 8,86-19,28]). Daarnaast was het risico op een latere HPV-gerelateerde tumor voornamelijk hoog bij mensen waarbij hun primaire tumor ook HPV-gerelateerd was. Het risico voor deze groep is verhoogd (SIR: 5,42 [95% BI: 4,89-5,99]) en bij 52% van de patiënten was de locatie van de tumor identiek. De mediane tijd tussen de primaire en latere tumor was 10 jaar.
De onderzoekers keken ook naar het effect van de kankerbehandelingen op het ontstaan van latere HPV-gerelateerde kanker. Hierbij zagen ze dat kankeroverlevers die chemotherapie en/of radiotherapie hebben ondergaan een hoger risico op latere HPV-gerelateerde kanker hebben dan kankeroverlevers zonder deze behandelingen.
In de groep jonge kankeroverlevers is de incidentie van latere HPV-gerelateerde kanker slechts 0,4%, maar toch is het risico op deze kankers voor hen groter dan voor de algemene bevolking. De uitkomst van dit onderzoek is wellicht geen verassing, maar zorgt wel voor de wetenschappelijke onderbouwing waar artsen op terug kunnen vallen.
De jonge kankeroverlevers hebben dus een verhoogd risico op latere HPV-gerelateerde kanker, maar ondanks dat blijft de HPV-vaccinatiegraad in deze groep achter. HPV-vaccinatie zou het risico op latere HPV-kanker kunnen verminderen en dus is het belangrijk dat medisch professionals hierover voorlichten. Wanneer vaccinatie niet (meer) mogelijk is, moet er extra aandacht zijn voor screening bijvoorbeeld door een extra of eerder uitstrijkje. Zo kunnen de risico’s op HPV-gerelateerde kanker, ook voor deze groep, zoveel mogelijk worden verminderd.
Bron: Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention, 18 april 2023