Nieuws
HPV-opsporing ook mogelijk via een urinesample
Recent Chinees onderzoek laat zien dat urinesamples voor vrouwen gebruikt zouden kunnen worden voor de opsporing van hoog-risico HPV-typen. Dit zou een mogelijkheid bieden om vrouwen zonder contact met een arts/zorgmedewerker toch te screenen bij bevolkingsonderzoek.
Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker houdt in dat een huisarts door middel van een uitstrijkje de HPV-status van vrouwen meet. Een uitstrijkje vindt plaats bij vrouwen vanaf 30 jaar en wordt om de 5 of 10 jaar herhaald. Echter is de opkomst van dit bevolkingsonderzoek slechts 55% en zelfs minder dan 50% voor vrouwen jonger dan 40 jaar. De matige opkomst is een van de redenen dat vanaf dit jaar automatisch een zelfafnametest wordt meegestuurd. Daarnaast loopt veel onderzoek om te kijken of de HPV-status te bepalen is uit een urinesample door het meten van het HPV-DNA in de urine. Recentelijk hebben Chinese onderzoekers een studie gepubliceerd waarin de kwaliteit van de test via het urinesample wordt vergeleken met die van het reguliere uitstrijkje.
In de studie zijn 239 patiënten geïncludeerd waarvan 201 vrouwen en 38 mannen. Bij alle patiënten werd een uitstrijkje (genitaal monster) genomen en werd een urinesample verzameld. Beide samples werden gecontroleerd op 13 verschillende HPV-typen (o.a. de gevaarlijke typen 16 en 18). Van de 201 vrouwen werden 154 vrouwen HPV-positief en 47 HPV-negatief bevonden bij het uitstrijkje. Van de 38 mannen waren er 36 positief en 2 negatief. 23,4% van de uitstrijkjes waren positief voor minimaal 2 HPV-typen vergeleken met 21,3% van de urinesamples. Het uitstrijkje en urinesample verschillen hierin niet significant.
De studie liet een algemene overeenkomst van de HPV-status zien van 77,1% met een kappa coëfficiënt van 0,523 (95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 0,418-0,628) bij vrouwen en 52,6% overeenkomst met een kappa van 0,0095 (95% BI: 0-0,224) voor mannen. Bij de overige gevallen was het uitstrijkje positief voor HPV, maar was de uitslag van het urinesample negatief.
De overeenkomst was niet voor ieder HPV-type gelijk. De overeenkomst voor HPV-type 16 en 18 was 91,5% voor vrouwen met een kappa van 0,729 (95% BI: 0,610-0,848) en voor mannen 89,5% met een kappa van 0,612 (95% BI: 0,282-0,942). Voor detectie van de 12 andere hoog-risico HPV-typen was deze overeenkomst 80,1% voor vrouwen met een kappa van 0,57 (95% BI: 0,455-0,685) en 81,6% voor mannen met een kappa van 0,424 (95% BI: 0-0,771). De overeenkomst is dus sterker voor de HPV-typen 16 en 18 dan voor de andere hoog-risico types, echter laten ook deze nog een sterke overeenkomst zien tussen het uitstrijkje en het urinesample.
Een limitatie van de studie is dat de onderzoekers gebruik maakten van een willekeurig urinesample en dus niet specifiek ochtendurine. De overeenkomst tussen het uitstrijkje en urinesample is minder sterk wanneer willekeurige urinesamples zijn gebruikt. Dit kan een reden zijn voor de algemene overeenkomst van 77,1%.
Concluderend liet deze studie zien dat het mogelijk is aan de hand van urinesamples de HPV-status te bepalen. Echter is de nauwkeurigheid hiervan niet hetzelfde als het reguliere uitstrijkje. Een mogelijkheid dit te verbeteren is door gebruik te maken van ochtendurine. Ondanks de lagere specificiteit kan deze methode nog steeds nuttig zijn bij het bevolkingsonderzoek, omdat hierdoor wellicht vrouwen deelnamen die dit anders niet zouden doen of met een beperkte toegang tot de gezondheidszorg.
Momenteel wordt bij mannen geen bevolkingsonderzoek voor HPV gedaan en het bepalen van de HPV-status via urine is voor hen minder nauwkeurig. De onderzoekers stellen dat aanvullend onderzoek nodig is om met meer precisie HPV-DNA in urinesamples te kunnen bepalen.
Bron: Obstetrics and Gynecology International, 27 maart 2023