Got to News overview Nieuws

Genotype studie: 92% van de baarmoederhalskankers veroorzaakt door HPV-type 16 en 18

News Nieuws

Een recente studie door Groningse onderzoekers laat zien dat 92% van de baarmoederhalskankers wordt veroorzaakt door HPV-type 16 en 18. 

De onderzoekers uit Groningen onderzochten 1200 samples, afgenomen met een zelfafnameset, uit het bevolkingsonderzoek (BVO) baarmoederhalskanker met een positieve HPV-uitslag. Alle samples werden verzameld tussen 2020 en 2022 (leeftijden 30-63 jaar) en dit cohort bestond voornamelijk uit vrouwen geen HPV-vaccinatie hebben gehad. 

Uit de samples werd DNA geïsoleerd waarmee het HPV-genotype kon worden bepaald door middel van de zeer gevoelige INNO-LIPA test. Deze test kan 32 genotypes (hoog- en laaggradig) detecteren. Via PALGA werd het histologisch onderzoek aan de testresultaten over het HPV-genotype. De onderzoekers brachten de genotypeverdeling in kaart en schatten het potentiële beschermende effect van de 2-valente, 4-valente en 9-valente vaccins.

Opmerkelijk was de follow-up van de 1200 HPV+. Deze bevatte 400 CIN0-NILM, 315 CIN1, 164 CIN2, 308 CIN3/AIS en 13 kankers (NB. De 400 CIN0-NILM waren deels gebaseerd op klinische FU van 2x Pap1). Het onderzoek vond nog vóór de aanpassingen in triage plaats, maar de ‘harm’ (715 CIN0/CIN1) is onrustbarend hoog: deze vrouwen zijn achteraf ongerust gemaakt en veelal doorgestuurd naar de tweedelijns voor aanvullende onderzoek. Ook opmerkelijk: 84 Cobas HPVsamples waren HPV-genotype negatief. Van de 13 kankers waren er 12 geassocieerd met HPV16/18. Theoretisch had het 2-valente vaccin deze kunnen voorkomen; het 9-valente vaccin zou één extra geval kunnen afdekken.

In de verdere opvolging van de 1 200 HPV-positieve samples zijn de volgende histologische uitkomsten waargenomen: :

  • NILM / CIN0: 400 gevallen
  • CIN1: 315 gevallen
  • CIN2: 164 gevallen
  • CIN3 / AIS: 308 gevallen
  • Baarmoederhalskanker: 13 gevallen

Dit onderzoek vond plaats vóór recente aanpassingen in de triageprotocollen. In totaal zijn 715 vrouwen met CIN0 en CIN1 geregistreerd. Bij de 13 gevallen van baarmoederhalskanker was HPV‑genotype 16 en 18 aanwezig in 12 gevallen (92%). Deze gevallen van baarmoederhalskanker zouden dus mogelijk voorkomen kunnen worden met het bivalente vaccin; het nonavalente (tegen 9 HPV-genotypen) vaccin zou mogelijk één extra kankergeval afdekken. Daarnaast bleek na analyse dat 84 van de HPV-positieve samples toch negatief uit de genotypering kwamen.  

Beperkingen van het onderzoek

  • Aantal kankergevallen: Het absolute aantal (n = 13) is klein, wat de statistische generaliseerbaarheid beperkt.
  • Selectie en deelname: Niet iedereen neemt deel aan het bevolkingsonderzoek, waardoor de genotypeverdeling van gemiste kankers onbekend blijft.
  • Aanname over Pap1: De veronderstelling dat twee keer Pap1-cytologie gelijkstaat aan CIN0 is mogelijk discutabel.
  • Groepsimmuniteit: Er is geen rekening gehouden met groepsimmuniteit in de interpretatie van vaccinimpact.

Conclusie

Ondanks de genoemde beperkingen biedt deze inventarisatie waardevolle inzichten in de verdeling van HPV-genotypen en de potentiële impact van vaccinatie. De Cobas-test lijkt relatief gevoelig en bevat mogelijk te veel genotypes. Meer onderzoek is nodig om de genotypen verdeling te bevestigen en te kijken naar de gevoeligheid van de Cobas-test. 

Bron: Castañeda et al. Distribution of Human Papillomavirus Genotypes-in Real-World Cervical Self-Collected Scrapings From the Dutch Cervical Cancer Screening Program. J Med Virol 2025, 97;e70461. Distribution of Human Papillomavirus Genotypes in Real‐World Cervical Self‐Collected Scrapings From the Dutch Cervical Cancer Screening Program - PMC

Deel deze pagina…