Nieuws
Amerikaanse studie: daling van HPV-16 en -18 en verhoging van non-16 en non-18 HPV-prevalentie na vaccinatie.
Een recente studie uit de VS onderzocht de impact van HPV-vaccinatie op het voorkomen van verschillende HPV-genotypen en afwijkingen in cytologie. Op basis van gegevens uit New Mexico tonen de onderzoekers aan dat vaccinatie zorgt voor een duidelijke daling van de meest risicovolle typen en celafwijkingen, vooral bij de jongere leeftijdsgroepen.
Amerikaanse onderzoekers analyseerden gegevens uit het New Mexico HPV Pap Registry (NMHPVPR), waarin ook HPV-genotypering is opgenomen. Ze onderzochten het effect van HPV-vaccinatie op (a) de verdeling van de HPV-genotypen en (b) de prevalentie van High-grade Squamous Intraepithelial Lesions (HSIL)-cytologie.
De onderzoekers vergeleken twee cohorten van meisjes en jonge vrouwen van 11 tot 18 jaar: een prevaccinatiecohort (2007-2009) en een postvaccinatiecohort (2013-2016), met follow-up tot 2018. Deze perioden sluiten aan bij de introductie van het HPV-vaccin tegen vier HPV-typen (tegen typen 6, 11, 16 en 18) in 2007 en de overstap in 2014 naar het vaccin voor 9 HPV-typen (toevoeging van typen 31, 33, 45, 52 en 58).
In het postvaccinatiecohort werd een duidelijke relatieve afname gemeten van HPV-typen 16, 18, 31 en 33. Bij vrouwen van 15–20 jaar was deze afname respectievelijk 74%, 79%, 50% en 49%. Bij 21–25-jarigen bedroeg de daling 52%, 62%, 34% en 32%, en bij 26–30-jarigen nog slechts 12%, 20%, 3% en -6% (waarbij HPV 33 juist met 6% toenam). De prevalentie van de zogenoemde non16/non18-typen (alle overige typen) nam toe in alle leeftijdsgroepen.
Ook de prevalentie van HSIL-cytologie werd onderzocht. Bij de jongste groep (15–20 jaar) werd een daling van 45% waargenomen; bij de groep 21–25 jaar was dat 49%. Bij vrouwen van 26–30 jaar nam de prevalentie van HSIL iets toe.
De stijging van non16/non18-typen schrijven de onderzoekers toe aan het fenomeen unmasking: vóór de vaccinatie konden multiple HPV-infecties worden ‘gemaskeerd’ door dominante aanwezigheid van typen 16 of 18. Na vaccinatie verdwijnen deze dominante typen en worden andere typen beter detecteerbaar, dit kan ook mogelijk pas later plaatsvinden. Hoewel unmasking deels de toename van andere typen verklaart, wijst de afname van HSIL op jongere leeftijd erop dat de impact van deze verschuiving beperkt is. De stabiele HSIL-prevalentie bij de oudste groep zou hiermee wel verklaard kunnen worden. Echter, HSIL is gebaseerd op cytologie en dus zal dit moeten worden bevestigd met histologie.
De studie is breed opgezet en maakt gebruik van een goede populatieregistratie met genotypering en cytologische gegevens. Er was echter geen individuele koppeling aan vaccinatiestatus mogelijk (de vaccinatiegraad lag tussen 48% en 67%), en er werd gebruikgemaakt van een iets oudere PCR-methode (PGMY09/011). Overigens daalden ook de typen 6 en 11 significant, in de jongste groep met tot wel 80%.